werking van de sluis

Een schutsluis dient ervoor schepen van een hoog naar een laag waterpeil te brengen, of omgekeerd. Bij de Zaandijkersluis zit 60-65 cm tussen het polder- en Zaanpeil. Dat betekent dat er bij elke schutting ca. 60.000 liter water de polder instroomt. Terug de Zaan inpompen is niet mogelijk hoewel sommige vaarders dat wel denken. Op de bovenste foto is een dwarsdoorsnede van een sluis te zien. Rechtsonder, aan de ketting, hangt het rinket. Dat is een luikje dat kan worden geopend of gesloten. Het zit onder water, alleen de ketting waarmee het geopend of gesloten wordt is te zien.

Als een boot vanuit de polder de Zaan op wil, vaart de schipper de sluis binnen. Achter hem worden de deuren gesloten en de sluiswachter vergewist zich ervan dat het rinket in de deur gesloten is. Vervolgens loopt hij naar de deuren aan Zaanzijde en opent daar het andere rinket. Dat doet hij met de ketting die op de kaapstander wordt opgerold. Het water loopt nu vanuit de Zaan de sluiskolk in. Na een paar minuten is het peil in de sluis hetzelfde als het peil in de Zaan en kunnen de buitendeuren geopend worden. Voor de terugweg geldt hetzelfde, alleen nu laat de sluiswachter de sluis leeglopen door rinket aan de polderzijde te openen. Wie dan vergeet het rinket aan de Zaankant te sluiten heeft een probleem. Het water stroomt hard de polder in en het kost vaak grote moeite om één van beide rinketten dicht te krijgen.

home